NAAM EN ZETEL.
Artikel 2.
1. De stichting draagt de naam: Stichting Wijkportaal.nl.
2. De stichting is gevestigd te ‘s-Gravenhage.
DOEL EN MIDDELEN.
Artikel 3.
1. De stichting heeft ten doel:
Het inrichten en in stand houden van een informatie-platform op internet voor-
en door personen, instellingen en organisaties
die in ‘s-Gravenhage (met name de gebieden Ypenburg en Leidschenveen) wonen of
daar gevestigd zijn dan wel anderszins een betrokkenheid bij ‘s-Gravenhage
hebben,
waaronder wijkverenigingen, kopersverenigingen en non-profit organisaties.
2. De stichting tracht dit doel te bereiken door uitsluitend wettige middelen,
zoals:
- Het aanbieden van een centrale informatievoorziening door middel van een
webportaal, toegespitst op de geografische ligging;
- het faciliteren in buurt-websites en in (niet-commerciele) thema-websites die
onderdeel vormen van een wijk (webportaal) of de directe omgeving daarvan;
- het faciliteren in internet-producten ter bevordering en ondersteuning van
sociale cohesie;
- Het bieden van ondersteuning op gebied van internet-websites die deel uitmaken
van het webportaal;
- het leggen en onderhouden van contact en het samenwerken met derden indien en
voor zover dat voor de stichting zinvol kan zijn.
3. De stichting beoogt niet het behalen van winst.
4. De stichting heeft niet ten doel het doen van uitkering(en) aan haar
oprichter(s) en/of aan haar bestuurder(s) en/of aan eventuele medewerkende(n)
en/of aan een of meer anderen, die van een orgaan van de stichting deel uitmaken
of bij de stichting enig belang hebben.
DUUR.
Artikel 4.
De stichting duurt onbepaalde tijd voort.
DONATEURS.
Artikel 4A.
Donateurs zijn zij, die zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld bij
het bestuur en zich daarbij jegens de stichting verbonden hebben tot
betaling om niet aan de stichting van een door het bestuur bepaalde
minimum-bijdrage.
Ook rechtspersonen kunnen donateur zijn.
Het bestuur kan een donateur als zodanig weigeren.
BESTUUR.
Artikel 5.
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Er zijn ten minste drie bestuurders en ten hoogste vijf;
voor het overige stelt het bestuur het aantal bestuurders vast; zo mogelijk op
een oneven getal.
3. Het eerste bestuur wordt bij de akte van oprichting van de stichting benoemd.
Daarna wordt iedere bestuurder benoemd door het bestuur.
Iedere bestuurder kan door het bestuur worden geschorst en ontslagen.
Het bestuur kan daartoe echter alleen besluiten nadat de betrokkene in de
gelegenheid is gesteld om zich in een vergadering van het bestuur te
verantwoorden.
Een schorsing eindigt als deze niet binnen drie maanden door een besluit tot
ontslag is gevolgd.
4. Als in het bestuur tussentijds een vacature ontstaat wordt daarin zo spoedig
mogelijk voorzien; het bepaalde in de statuten wordt daarbij in acht genomen.
5. Het bestuur kan een rooster opstellen op grond waarvan elk jaar een of meer
bestuurders aftreden.
Degene die is benoemd in een tussentijds ontstane vacature neemt op dat rooster
de plaats in van zijn onmiddellijke voorganger.
6. Als de stichting geen drie bestuurders meer heeft, maar wel twee, blijft het
bestuur wettig samengesteld en volledig bevoegd, maar moet in de ontstane
vacature(s) wel zo spoedig mogelijk voorzien worden.
Blijft er nog maar één bestuurder over dan is deze tot niets anders bevoegd dan
tot benoeming van een of meer bestuurders; bovendien kan hij ontslag nemen.
Als het bestuur geheel ontbreekt geldt de regeling in de Wet.
7. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn:
a. zodra hij overlijdt;
b. als hij de vrije beschikking over zijn gehele vermogen verliest;
c. als hij ontslag neemt; zo mogelijk doet hij dit met een redelijke termijn van
opzegging;
d. als hij ontslagen wordt;
e. als Artikel 2:298 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem wordt toegepast.
8. Een bestuurder kan ten laste van de geldmiddelen van de stichting en haar
overig vermogen niets verkrijgen, in welke vorm, onder welke naam of op welke
grond ook; ongeacht of dat zou gebeuren om niet of omdat de bestuurder ten
behoeve van de stichting werkzaamheden of diensten heeft verricht;
Wel kan een bestuurder vergoeding ontvangen van de onkosten die hij bij de
uitoefening van zijn taak heeft gemaakt; daartoe moet hij dan de nota's en
andere bescheiden waaruit die onkosten blijken aan het bestuur overleggen.
COMMISSIES.
Artikel 5A.
Bij de uitoefening van zijn taak kan het bestuur -onder zijn
verantwoordelijkheid- bijgestaan worden door een of meer commissies.
Het bestuur stelt deze in en bepaalt de taak en werkwijze daarvan.
Het bestuur wijst aan wie er in zo’n commissie zitting hebben, kan binnen elke
commissie personen van hun taak ontheffen of vervangen en is bevoegd om een
commissie op te heffen.
Artikel 6.
1. Het bestuur kiest uit de bestuurders een voorzitter, een secretaris en een
penningmeester.
Dezen vormen samen het dagelijks bestuur van de stichting.
Dezelfde persoon kan secretaris en tevens penningmeester zijn.
2. Het bestuur stelt zelf zijn werkwijze vast, maar neemt daarbij de inhoud van
de statuten in acht.
3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van de overeenkomsten die zijn
omschreven in Artikel 2:291 van het Burgerlijk Wetboek.
VERTEGENWOORDIGING.
Artikel 7.
1. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd:
door het bestuur; tenzij uit de Wet anders voortvloeit;
door twee gezamenlijk handelende bestuurders, onder wie in elk geval de
voorzitter, de secretaris of de penningmeester.
2. Het bestuur kan aan bestuurders en/of aan anderen volmacht geven om de
stichting zelfstandig of met een of meer anderen binnen de grenzen van die
volmacht in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
De stichting wordt daardoor verbonden.
VERGADERINGEN.
Artikel 8.
1. Het bestuur vergadert minimaal één maal per jaar en ook als ten minste twee
bestuurders een vergadering wensen.
De voorzitter nodigt de bestuurders uit voor elke bestuursvergadering; hierna
aan te duiden als: (de) vergadering.
2. De voorzitter van het bestuur treedt ook op als voorzitter van elke
vergadering; als de voorzitter afwezig is bepaalt de vergadering zelf wie als
leider daarvan optreedt.
3. Iedere bestuurder heeft één stem. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden
geacht niet uitgebracht te zijn.
Een bestuurder kan zich in de vergadering laten vertegenwoordigen, maar
uitsluitend door een andere bestuurder en op grond van een aan deze schriftelijk
gegeven volmacht.
4. Alle besluiten in vergadering worden genomen met gewone meerderheid van
stemmen; maar dat geldt niet als de statuten een grotere meerderheid
voorschrijven.
Als ten aanzien van een voorstel de stemmen staken wordt het geacht verworpen te
zijn.
5. In vergadering kan alleen rechtsgeldig besloten worden als daar ten minste de
helft van het totaal aantal bestuurders aanwezig/
vertegenwoordigd is met een minimum van twee bestuurdersleden.
Indien in een vergadering aan dat vereiste niet is voldaan wordt tussen de
veertiende en de een en dertigste dag daarna opnieuw een vergadering gehouden.
Daarin kan ongeacht het aantal aanwezige/vertegenwoordigde bestuurders
rechtsgeldig worden besloten over alle onderwerpen die in de eerst gehouden
vergadering aan de orde werden gesteld en die bovendien in de uitnodiging voor
de tweede vergadering vermeld zijn.
Het hier bepaalde geldt niet voor besluiten zoals bedoeld in artikel 12 van de
statuten.
Artikel 9.
1. In elke vergadering houdt de secretaris van het bestuur de notulen; als deze
afwezig is bepaalt de vergadering zelf wie dat zal doen.
De vergadering stelt de notulen vast. Daarna worden zij door de voorzitter en de
secretaris van de vergadering ondertekend.
2. Het bestuur kan ook buiten vergadering worden geraadpleegd, maar uitsluitend
schriftelijk, per email, telegrafisch, per telefax of anderszins middels
telecommunicatie en alleen als alle bestuurders zich op een van deze wijzen over
het voorstel uitspreken en bovendien geen van de bestuurders tegen
besluitvorming op deze wijze bezwaar heeft gemaakt.
Het bepaalde in artikel 8 van de statuten is zoveel mogelijk van overeenkomstige
toepassing.
Van elk aldus genomen besluit wordt door het bestuur aantekening gehouden en
door de voorzitter en secretaris van het bestuur ondertekend.
Op besluiten zoals bedoeld in artikel 12 van de statuten kan het hier bepaalde
niet worden toegepast.
GELDMIDDELEN.
Artikel 10.
De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
- wat wordt verkregen krachtens erfstelling, legaat of schenking;
- bijdragen in geld, van welke aard ook, al dan niet vrijwillig;
- subsidies, renten en andere baten.
BOEKJAAR.
Artikel 11.
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Elk jaar per een en dertig december worden de boeken van de stichting
afgesloten.
3. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, maakt het bestuur
een balans op betreffende het kapitaal van de stichting en ook een staat van
baten en lasten betreffende de inkomsten en uitgaven van de stichting over het
afgelopen boekjaar en stelt hij een en ander op papier.
4. Vaststelling door het bestuur desgewenst na controle door een (register
)accountant- van de stukken zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel strekt de
penningmeester tot décharge voor zijn financiële beheer over het desbetreffende
boekjaar.